“(…), digitalisme is een 21e eeuws fenomeen. Het is het geloof dat er voor ieder analoog probleem een digitale oplossing is. De overtuiging dat de autonomie van het individu ondergeschikt is aan de mogelijkheden van digitale technologie.
.

Digitalisme is het slaafs volgen van de volgende trend. Het is het wegwuiven van zorgen over rechten van burgers omdat “het toch allemaal wel goed gaat”. Omdat je “niks te verbergen” hebt.

.

Digitalisme is het blinde geloof in data. Het is de berusting in kreupele innovaties die ons eigenlijk niet veel verder brengen. De berusting in scheve inkomens- en machtsverhoudingen tussen tech-bedrijven enerzijds en miljarden gebruikers anderzijds. The Silicon Empire van waarde voorzien zonder stil te staan bij de rechtvaardigheid daarvan.

.
Digitalisme is het geloof dat kunstmatige intelligentie als een welwillende vader alles wel even zal komen rechttrekken.

.
Digitalisme is ook het gemiddeld 114 keer per dag ontgrendelen van je smartphone. Het is de aandrang direct te reageren op ieder berichtje of iedere notificatie die om je aandacht vraagt. En het is je verongelijktheid wanneer je iemand online ziet, maar die persoon “niet snel genoeg” reageert.

(…).

Iemand met digitalisme denkt dat je online identiteit gelijk moet zijn aan je offline identiteit. Dat je eigenwaarde is af te meten aan de hoeveelheid followers, likers, “friends” of connections die je hebt verzameld.

.

De schuld ligt echter bij lange na niet alleen bij ons, de eindgebruikers. Veel technologie is te goed geworden, te efficiënt en met te weinig kritiek of controle van derden de wereld in gebracht.”